Voor het eerst in jaren minder zz'ers

Na jaren van gestage groei is het aantal zelfstandigen in 2025 voor het eerst gedaald. Eind 2024 telde Nederland bijna 1,3 miljoen zzp’ers. In 2025 nam dat aantal af met 62 duizend en kwam het uit op circa 1,2 miljoen. Daarmee is een duidelijke trendbreuk zichtbaar.

In de afgelopen tien jaar kwamen er nog 370 duizend zzp’ers bij die hun eigen arbeid aanbieden. Die stijgende lijn leek structureel. 2025 laat zien dat ontwikkelingen op de arbeidsmarkt sneller kunnen kantelen dan gedacht. (afbeelding: CBS)

Waarom zijn er minder zzp'ers?

Een belangrijke factor is de aangescherpte handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst per 1 januari 2025. In het eerste kwartaal van 2025 maakten 59 duizend zzp’ers de overstap naar een baan als werknemer. Dat is bijna twee keer zoveel als in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het merendeel kreeg een flexibele arbeidsrelatie, een kleiner deel een vast contract.

Ook in het tweede kwartaal lag de uitstroom naar loondienst aanzienlijk hoger dan in 2024. In de tweede helft van het jaar stabiliseerde dit weer enigszins. Het effect van beleid werd daarmee snel zichtbaar in de data.

Waarom kiezen jongeren steeds minder vaak voor het zzp-schap?

Strengere handhaving en een groeiende behoefte aan zekerheid spelen daarbij een rol. Jongeren werken wel, maar kiezen vaker voor loondienst dan voor zelfstandigheid. In 2025 hadden 86 duizend jongeren van 15 tot 27 jaar een hoofdbaan als zzp’er, 19 duizend minder dan een jaar eerder, een daling van 18 procent.

Toch blijven zzp'ers een onmisbare schakel in de arbeidsmarkt

De daling betekent niet dat zelfstandigen hun waarde verliezen. Integendeel. In veel situaties blijft de inzet van een ervaren interimmer essentieel. Denk aan tijdelijke projecten, specialistische kennis of het overbruggen van piekbelasting. Ook bij langdurige ziekte kan externe inzet nodig zijn.

Ondanks dat veel bedrijven huiverig zijn om een interimmer in te schakelen voor bijvoorbeeld langdurige ziekte of piekbelasting is het belangrijk om te weten dat de wet niet kijkt naar de reden van inhuur, maar naar de feitelijke arbeidsrelatie. Doorslaggevend is of er sprake is van kenmerken van loondienst, zoals een gezagsverhouding, vaste werktijden of volledige organisatorische inbedding.

Wanneer een opdracht resultaatgericht wordt ingericht, met duidelijke afbakening en zonder dagelijkse hiërarchische aansturing, is inzet van een zelfstandige juridisch mogelijk. Het verschil zit in de inrichting. Wordt iemand aangestuurd als medewerker, dan ligt loondienst voor de hand. Wordt iemand ingehuurd voor een concreet resultaat binnen een afgesproken periode, dan past zelfstandige inzet.

Heldere afspraken over inzet en aansturing van zzp’ers

De aangescherpte handhaving maakt vooral duidelijk dat vrijblijvendheid uit het systeem verdwijnt. Werkgevers moeten scherper kijken naar de aard van de werkzaamheden en de wijze van aansturing. Professionals moeten zich bewust zijn van hun positie en manier van werken.

Dat vraagt om helderheid vooraf, wat is het beoogde resultaat? Hoe wordt daarop gestuurd en welke mate van zelfstandigheid is realistisch. Wanneer dat goed wordt ingericht, blijft de zzp-constructie een waardevolle vorm van samenwerking.

Zelfstandigen brengen flexibiliteit, ondernemerschap en specialistische expertise. In een arbeidsmarkt die continu in beweging is blijft dat waardevol.

Voor ons staat vast dat zzp’ers een volwaardige plek hebben in de arbeidsmarkt. Wanneer inzet zorgvuldig wordt georganiseerd en juridisch correct wordt ingericht, zijn zij een krachtige aanvulling op vaste teams. Zo kunnen zij gerichte expertise en tijdelijke versterking geven op momenten waarop organisaties extra capaciteit of specifieke kennis nodig hebben.