De AOW-leeftijd schuift op en dit keer sneller dan gepland

De AOW-leeftijd beweegt al jaren mee met de levensverwachting, maar het kabinet wil die koppeling versnellen. Waar de AOW-leeftijd nu met 0,8 jaar stijgt per extra levensjaar, moet dat straks één op één worden. Dat betekent: een snellere stijging van de AOW-leeftijd dan eerder voorzien. Voor veel mensen voelt pensioen nog ver weg. Toch raakt deze ontwikkeling vrijwel iedereen die nu werkt. De vaste pensioenleeftijd verdwijnt steeds verder uit beeld en maakt plaats voor een flexibeler, maar ook minder voorspelbaar systeem.

Waarom stijgt de AOW leeftijd?

De reden is vooral financieel en demografisch. Nederlanders worden ouder en het aantal werkenden per gepensioneerde daalt. De AOW-uitgaven zijn daardoor sterk gestegen. Inmiddels wordt meer dan de helft van de AOW betaald uit belastinginkomsten, in plaats van premies. Zo kostte in 2000 de AOW-uitkeringen nog zo'n 20 miljard euro en dat werd volledig betaald uit premies van werkenden. Inmiddels is het aantal ouderen ten opzichte van werkenden hard gegroeid. In 2024 kostte de AOW-uitkeringen bijna 52 miljard euro waarvan de bijdrage uit algemene middelen ruim 28 miljard euro bedroeg. Door de vergrijzing neemt de druk op het pensioenstelsel dus toe. Om de AOW betaalbaar te houden, wil het kabinet de pensioenleeftijd directer laten meebewegen met de levensverwachting.

Wat betekent dit concreet? Als de plannen doorgaan, stijgt de AOW-leeftijd vanaf 2033 sneller. Voor jongeren van nu kan dat betekenen dat zij pas rond hun 72e levensjaar recht hebben op AOW. Dat maakt langer doorwerken waarschijnlijker, maar ook complexer.

Langer doorwerken vraagt om anders kijken naar werk

Een hogere levensverwachting betekent niet automatisch dat iedereen langer inzetbaar blijft in dezelfde rol. Zeker bij zware beroepen of functies met hoge mentale of fysieke belasting is doorwerken tot ver na de 67 niet vanzelfsprekend. Vakbonden uiten daarom stevige kritiek op de plannen. Tegelijkertijd vraagt deze ontwikkeling om een bredere blik op werk. Niet alleen hoe lang we werken, maar vooral hoe we werken. Werkplezier, energie en zingeving worden steeds belangrijker om duurzaam inzetbaar te blijven.

Duurzame inzetbaarheid begint bij werkplezier en ontwikkeling Wie langer doorwerkt, moet dat wel met plezier en perspectief kunnen doen. Dat betekent blijven leren, jezelf opnieuw blijven uitdagen en openstaan voor verandering. Soms in dezelfde functie, soms in een andere rol, met andere verantwoordelijkheden of minder uren. Duurzame inzetbaarheid gaat niet alleen over gezondheid, maar ook over mentale veerkracht, motivatie en de ruimte om je loopbaan aan te passen aan verschillende levensfases. Werk dat energie geeft, houdt mensen langer scherp, betrokken en productief.

Meer regie over pensioen en loopbaan

De boodschap is duidelijk: pensioen vraagt steeds meer persoonlijke regie. Niet alleen over wanneer je stopt met werken, maar ook over hoe je je loopbaan inricht. Wie tijdig nadenkt over duurzame inzetbaarheid, ontwikkeling, sparen en aanvullende pensioenopties, creëert meer keuzevrijheid.

De AOW-leeftijd blijft bewegen. De vraag is niet alleen wanneer je stopt met werken, maar vooral: hoe zorg je dat je onderweg met plezier, energie en perspectief blijft werken?